Van 0 naar 100

Waar komt plotselinge intensiteit vandaan?

Soms gaat iets niet langzaam.

Er is geen rustige opbouw, geen voorzichtig aftasten en geen keurig stappenplan.

Er gebeurt iets — een ontmoeting, een idee, een besluit — en ineens staat alles aan.

Van 0 naar 100.

Ik herken dat behoorlijk goed.

Ik kan lange tijd ergens mee rondlopen, twijfelen of iets voor me uitschuiven. En dan is er ineens een moment waarop de knop omgaat.

Zo begon ik bijvoorbeeld met ketovasten. Niet eerst maandenlang voorzichtig experimenteren, maar een besluit nemen en ervoor gaan.

En ik herken hetzelfde mechanisme in ontmoetingen met mensen. Soms kan iemand in korte tijd enorm veel in mij wakker maken. Mijn aandacht vernauwt zich, mijn gedachten versnellen en de rest van de wereld lijkt tijdelijk wat minder belangrijk.

Op zo’n moment voelt het niet alsof ik bewust besluit:

Ik ga mij hier nu volledig op storten.

Het gebeurt eerder vóórdat ik er erg in heb.

En pas later ontstaat de vraag:

Waar kwam dát eigenlijk vandaan?

Intensiteit voelt als helderheid

Het bijzondere aan zo’n fase is dat intensiteit helemaal niet per se vervelend voelt.

Integendeel.

Er ontstaat richting.

Energie.

Focus.

Je weet ineens wat je wilt.

Waar je een paar dagen eerder misschien nog twijfelde, bestaat er opeens nauwelijks twijfel meer.

Dat kan bevrijdend voelen.

Een streng voedingspatroon?
Ik doe het.

Een nieuw project?
Ik zie direct tientallen mogelijkheden.

Een ontmoeting die iets raakt?
Mijn hele systeem lijkt wakker te worden.

Daar zit ook een kracht in.

Ik kan in korte tijd ontzettend veel leren, creëren en veranderen wanneer iets mij werkelijk raakt.

Maar dezelfde kracht heeft een andere kant.

Want wanneer alle aandacht naar één onderwerp gaat, verdwijnt er ook iets uit beeld.

Rust bijvoorbeeld.

Of nuance.

Of de vraag of iets werkelijk zo belangrijk is als het op dat moment voelt.

Het brein houdt van nieuw

Een deel daarvan is waarschijnlijk heel menselijk.

Nieuwe ervaringen trekken onze aandacht. Ze kunnen ons beloningssysteem activeren en nieuwsgierigheid, verwachting en motivatie vergroten.

Sommige mensen lijken daar gevoeliger voor dan anderen.

Wanneer iets nieuw, spannend of betekenisvol voelt, kan je aandacht zich er sterk op richten. Je blijft eraan denken. Je zoekt informatie. Je probeert verbanden te begrijpen. Je wilt verder.

Dat wordt vaak omschreven als hyperfocus.

Hyperfocus is niet automatisch iets verkeerds. Het kan juist ontzettend productief zijn.

Maar er zit een belangrijk verschil tussen:

ergens volledig in opgaan

en

niet meer kunnen zien dat je erin opgaat.

Dat tweede vind ik interessanter.

Want precies daar lijkt voor mij soms de grens te liggen tussen passie en gedrevenheid enerzijds, en iets proberen vast te houden of te forceren anderzijds.

En dan komt Jung om de hoek kijken

Carl Jung keek anders naar dit soort plotselinge intensiteit.

Volgens hem komt niet alles wat ons beweegt uit het bewuste deel van onszelf.

Soms raakt een gebeurtenis of een persoon iets wat al veel langer in ons aanwezig is.

Een verlangen.

Een gemis.

Een kwaliteit die we zelf onvoldoende leven.

Een oud patroon.

Een deel van onszelf dat we ergens onderweg naar de achtergrond hebben geduwd.

Wanneer iemand precies dát raakt, kan de reactie veel groter worden dan de feitelijke ontmoeting op dat moment misschien verklaart.

Jung gebruikte daarvoor onder andere het begrip projectie.

We zien dan niet alleen de ander.

We zien óók iets van onszelf in die ander.

Of iets waar we naar verlangen.

Dat kan verklaren waarom een ontmoeting soms binnen enkele uren of dagen een bijna buitenproportionele betekenis krijgt.

Niet noodzakelijk omdat de ander daadwerkelijk zo uitzonderlijk is.

Maar omdat diegene iets uitzonderlijks in óns activeert.

Dezelfde beweging, een andere vorm

En toen begon ik iets anders te zien.

Misschien lijken het radicaal veranderen van mijn eetpatroon, volledig opgaan in een project en mij sterk richten op een ontmoeting meer op elkaar dan ik aanvankelijk dacht.

De inhoud verschilt.

Maar de beweging is hetzelfde:

iets raakt mij → mijn aandacht versmalt → mijn energie stijgt → ik ga ervoor.

Dat hoeft niet verkeerd te zijn.

Mijn ketovasten heeft me bijvoorbeeld veel gebracht. Fysiek én mentaal.

Het probleem zit dus niet automatisch in de intensiteit.

De interessantere vraag is:

Wie heeft op zo’n moment eigenlijk de regie?

Gebruik ik die energie bewust?

Of word ik erdoor meegenomen?

Misschien hoef ik die intensiteit niet kwijt

Mijn eerste reflex zou kunnen zijn om te denken dat ik minder intens moet worden.

Rustiger.

Voorzichtiger.

Meer gemiddeld.

Maar eigenlijk geloof ik daar niet in.

Die intensiteit hoort ook bij mij.

Ze zorgt ervoor dat ik dingen durf te veranderen.

Dat ik kan creëren.

Dat ik diep kan voelen.

Dat ik nieuwsgierig blijf.

Misschien zit de ontwikkeling dus niet in het doven van die vlam.

Misschien gaat het erom dat ik leer herkennen wanneer hij aangaat.

Even niet onmiddellijk handelen.

Voelen wat er lichamelijk gebeurt.

Kijken wat er werkelijk voor me staat.

En mezelf één belangrijke vraag stellen:

Reageer ik op wat er nu gebeurt, of op iets ouds dat door dit moment wakker wordt?

Daar begint voor mij inmiddels een veel interessantere zoektocht.

Want achter dat van 0 naar 100 gaan blijkt misschien meer te zitten dan alleen enthousiasme.

In het volgende deel wil ik daarom kijken naar een specifiek soort intensiteit:

Wat gebeurt er wanneer een ander mens iets in je wakker maakt dat veel groter voelt dan de ontmoeting zelf?

En ben je dan werkelijk alleen met die ander bezig?

Of ook met iets in jezelf dat al veel langer gezien wil worden?

WOEAAH #PersoonlijkeOntwikkeling #Psychologie #Zelfreflectie #Hyperfocus #CarlJung #Bewustwording


WOEAAH
We Own Energy, Ambition And Happiness

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *