De standaard na het bloed geven

“Neem vooral iets zoets.”

Wie bloed geeft, kent die zin waarschijnlijk wel.

Laatst zat ik weer bij de bloedbank. Na afloop stond er zoals altijd een tafel klaar met koeken, sapjes en snacks. Prima bedoeld natuurlijk — even aansterken, energie terug, suiker erbij.

Maar terwijl ik daar zat, viel me iets op.

Vrijwel alles wat wordt aangeboden draait om snelle suikers en ultra-bewerkte snacks. Alsof herstellen automatisch betekent: glucose erin en door.

Nu werkt dat voor veel mensen waarschijnlijk prima. Maar voor mij niet echt meer.

Ik eet al langere tijd koolhydraatarm en ben de laatste tijd veel bezig met ketovasten. Minder pieken, stabielere energie en vooral: ik voel me er beter bij.

Dus toen ik laatst bloed voor de 33ste keer bloed ging geven, had ik iets anders meegenomen.

Een stuk Groninger metworst.

De enige met een metworst tussen de glacékoeken

Ik was waarschijnlijk de enige donor die daar met een stuk metworst zat tussen de Enkhuizer roze glacékoeken.

Eerlijk is eerlijk: het zag er best komisch uit :).

Maar voor mij voelde het logischer. Wat vetten, zout en eiwitten. Iets dat daadwerkelijk verzadigt en helpt om vocht vast te houden.

En eerlijk gezegd zette het me aan het denken.

Waarom is onze standaardreactie op “energie nodig” bijna altijd suiker? Waarom zijn we collectief gaan geloven dat herstel alleen uit snelle koolhydraten komt? En waarom voelt het soms bijna vreemd als je kiest voor iets dat minder bewerkt is?

Misschien iets om breder naar te kijken

Misschien is het ook iets voor Sanquin om eens breder naar te kijken.

Niet per se ter vervanging van wat er nu ligt — maar als aanvulling. Een paar hartige of eiwitrijke opties naast de standaard koek en sap zouden denk ik best gewaardeerd worden door een deel van de donoren.

En tegelijk wil ik daar ook meteen iets tegenover zetten: wat een ontzettend waardevol werk de mensen van Sanquin doen.

Elke keer weer word ik vriendelijk geholpen door betrokken medewerkers die met aandacht en geduld klaarstaan voor donoren. Vaak zijn het dezelfde vertrouwde gezichten. Mensen die dag in, dag uit zorgen dat alles soepel verloopt — en uiteindelijk mogelijk maken dat anderen de zorg krijgen die ze hard nodig hebben.

Dat verdient best eens een compliment.

Want bloed geven blijft ongelooflijk belangrijk. Ergens krijgt iemand een operatie, een behandeling of simpelweg een tweede kans dankzij mensen die even een uurtje van hun tijd geven.

Het voorbeeld dat je thuis geeft

En misschien zit daar ook meteen een bredere les in.

Voor mij gaat voeding namelijk niet alleen over mezelf. Het gaat ook over het voorbeeld dat je geeft.

Ik heb zes kinderen en merk dat sinds ik bewuster bezig ben met voeding, er thuis automatisch dingen veranderen. We koken vaker vers, gebruiken minder bewerkte producten en snoepen per saldo een stuk minder. Niet omdat het “moet”, maar simpelweg omdat de gewoontes veranderen.

Vroeger trok ik nog weleens gedachteloos een zak chips open. En ja — dan aten de kinderen automatisch mee. Nu blijft zo’n zak soms gewoon dagen dicht in de kast liggen.

Dat klinkt misschien klein, maar ik denk dat daar juist de kern zit van een gezonde leefstijl: niet in perfecte diëten of strenge regels, maar in het levende voorbeeld dat je geeft.

Kinderen luisteren uiteindelijk minder naar wat je zegt dan naar wat je doet.

En nee, hier gaat ook echt niet alles perfect. Er wordt hier heus nog wel eens gesnoept. Maar de basis is veranderd. Meer echt eten. Meer bewustzijn. Minder automatische snacks.

Meer voorleven, minder voorschrijven

Voor mij was die metworst bij de bloedbank dus meer dan alleen een snack. Het was ergens ook een kleine reminder dat standaard niet altijd optimaal betekent.

Uiteindelijk eten kinderen niet wat je zegt. Ze eten wat jij voorleeft.


Meer over bewust leven, gezondheid en de beweging naar minder vanzelfsprekendheid en meer echtheid:

woeaah.nl


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *